Wat we niet willen weten?

In Nederland hebben we strenge wetgeving over de hoeveelheid pesticiden die in groenten en fruit mogen zitten. Of over bijvoorbeeld de hoeveelheid hormonen in melk en vlees. In Amerika en Canada gelden die wetten niet. Daar is het gebruikelijk dat bedrijven achteraf aangeklaagd worden als een product niet goed is. Hoewel Europa anders denkt over de wenselijkheid van deze wetgeving, is Europa nu wél bezig met vrijhandelsverdragen met Amerika en Canada.

Afgelopen zondag was Europees Parlementslid Annemarie Mineur in de bibliotheek in Hoogeveen om te vertellen over deze vrijhandelsverdragen, onder andere CETA en TTIP. Er waren slechts zo’n twintig geïnteresseerden gekomen naar deze lezing. Toch gaat het om heel verstrekkende gevolgen die kunnen voortkomen uit deze vrijhandelsverdragen.

Bij een vrijhandelsverdrag hoeven bedrijven zich niet te houden aan wetten die gelden in landen waar ze aan verkopen. Dat betekent dat vlees met hormonen zonder probleem ingevoerd kan worden in Nederland. Dit vlees is goedkoper dan het vlees dat Europese bedrijven leveren. Ook om andere redenen kan Amerika goedkoper produceren. Bijvoorbeeld omdat het minimumloon daar lager ligt. Dat zou kunnen betekenen dat bedrijven in Nederland failliet gaan omdat ze hun concurrentiepositie kwijt raken. Om dat tegen te gaan zou de wetgeving kunnen worden aangepast zodat Nederlandse bedrijven ook goedkoper kunnen produceren. Dat zou betekenen dat wetten, gemaakt door democratisch gekozen regeringen, ondergeschikt gemaakt worden aan de macht van de markt. Afgezien van de vraag of wij hormonen in ons vlees willen; in hoeverre is er dan nog sprake van een democratie?

De vrijhandelsverdragen komen tot stand zonder noemenswaardige controle van het Europees Parlement. De bedrijven echter, hebben er een grote stem in. Parlementariërs kunnen de stukken waarover al overeenstemming is bereikt weliswaar onder geheimhouding inzien, maar men kan daarover niet overleggen met een achterban, accountants of juristen. Op een gegeven moment komt het hele stuk kant en klaar naar het Parlement toe, en dan moet er ineens een besluit over genomen worden. Mevrouw Mineur, Europarlementariër voor de SP, vindt dat de politici die verantwoordelijk zijn voor het besluit, er zo niet goed een mening over kunnen vormen. Het is belangrijk dat het proces veel transparanter wordt, en dat er een openbaar debat komt over de wenselijkheid en de inhoud van de verdragen. Want is het werkelijk zo dat bedrijven straks bij een driepersoons-arbitragecommissie landen voor miljarden kunnen aanklagen omdat de wetgeving die bedrijven niet aan staat? In andere landen speelt rond TTIP en CETA een openbaar debat. Het is wonderlijk dat in Nederland de media zich niet veel bezig houden met deze machtsoverdracht van democratisch gekozen regeringen naar multinationals. De mensen die de lezing bijwoonden vonden het in ieder geval onbegrijpelijk. Zij waren vast van plan er zoveel mogelijk over te gaan praten. Wat hier staat te gebeuren moet zeker bekend worden!

Dit bericht is geplaatst in Politiek. Bookmark de permalink.

Geef een reactie