Pullevaarders en Pulledagen in Koopman op pad

HOOGEVEEN – De Pullekoorts is weer uitgebroken, zeker nu we dankzij Albert Metselaar zijn nieuwste boekje er alles over hebben gelezen. “Koopman op pad” was bij de druk bezochte boekpresentatie in ‘t Schippershuus Hoogeveen. Een aflevering die je moet zien om meer te weten te komen over de Pullevaarders en het ontstaan van de Pulledagen van Hoogeveen. Wil je er echt alles over weten, koop dan snel het boekje geschreven door Albert Metselaar bij de HEMA in Hoogeveen.

Om de prijs van het boekje hoeft niemand het te laten. Volgend week is er een aflevering over Pullebok-loswedstrijd: In de nabijheid van de maritieme markt wordt/werd de Pullebok-loswedstrijd gehouden. Er komt / was een steiger waaraan een bok (boot) met twintig volle melkbussen ligt/lag afgemeerd. Een Pulle weegt per stuk ongeveer 35 kilo. Wie kan het snelst alle pullen uit de bok lossen? Hij of zij krijgt/kreeg de titel ‘Pullevaarder 2019’. Johan Bisschop, de voorzitter van de Historische Kring Hoogeveen, zal hierover vertellen aangevuld met beelden over deze 13e juli 2019 waarin Hoogeveen in de historische modus staat/stond. Normaal zijn de wekelijkse afleveringen van deze videorubriek op zondag, maar speciaal voor deze historisch dag en de ontstane Pullekoorts is de aflevering van deze week al op zaterdag te zien.

Pullevaart
Vervoer van melkbussen (pullen) per bok naar de zuivelfabriek in Hoogeveen. Vanaf 1896, toen de melkfabriek in Hoogeveen in bedrijf werd gesteld, werden de melkbussen per bok uit Geesbrug, Nieuw-Balinge, Nieuweroord, Hollandscheveld, Echten, Noordseschut en Alteveer bij de boeren opgehaald en naar de fabriek gebracht. In 1950 werden bijv. door dertig pullevaarders bij ruim achttienhonderd boeren melk opgehaald. De ochtendmelk en de melk van de vorige middag werd vroeg in de morgen ingeladen. Rond tien uur kwamen de bokken bij de melkfabriek. Tijdens de verwerking in de fabriek bezorgden de pullevaarders pakjes en deden allerlei boodschappen voor de Hoogeveners. Aan het begin van de middag konden de pullen weer teruggebracht naar de boeren die de overgebleven ondermelk in het veevoer verwerkten.
De pullevaarders werkten op jaarcontracten waarbij de vervoersafstand, het aantal bediende boeren en de hoeveelheid vervoerde melk de hoogte van het salaris bepaalden. Tweemaal per maand werd het loon uitbetaald. Na de demping van de kanalen en de opkomst van het wegvervoer verdween de pullevaart in het begin van de jaren ’70 van de 20e eeuw. Tegenwoordig worden er in Hoogeveen elke zomer de ‘Pulledagen’ georganiseerd waarbij allerlei activiteiten plaatsvinden.

Bron: Geheugen van Drenthe

Dit bericht is geplaatst in Met Koopman op pad met de tags , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie